|
|
Vervoer en belastingwetgeving 2011
Hieronder een beknopt overzicht van de
belangrijkste regels op het gebied van vervoer en belastingwetgeving in 2011.
1. Kilometervergoeding van 19 cent per km
- 19 cent per km:
Voor woon-werkverkeer en andere zakelijke reizen mogen
werkgevers in 2011 een onbelaste
vergoeding betalen van maximaal € 0,19 per kilometer.
- voor elk vervoermiddel:
Belastingtechnisch doet het er niet toe met welk vervoermiddel werknemers naar of voor hun werk reizen. Voor elk vervoermiddel kan de
werkgever 19 cent per km onbelast vergoeden.
- voor zakelijk čn woon-werkverkeer:
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen woon-werkverkeer en zakelijke verkeer: voor elke kilometer mag maximaal 19 cent per km onbelast worden vergoed.
- voor ŕlle afstanden:
Alle kilometers in het woon-werkverkeer mogen onbelast worden vergoed. Dus ook fietsers, die meestal binnen 10 km van het werk wonen, kunnen
onbelast een vergoeding van 19 cent per km krijgen.
- rittenadministratie of berekening vaste vergoeding in 2011:
Bij de vergoeding per kilometer dient uitgegaan te worden van de werkelijk gereden kilometers. Voor de dagen waarop niet gereisd wordt, kan geen vergoeding worden betaald. Dit betekent dat voor het bepalen van de reiskostenvergoeding met ziektedagen, thuiswerken, verlof e.d. rekening gehouden moet worden. In de praktijk zullen werkgevers en werknemers dus
maandelijks een rittenadministratie moeten bijhouden. Als de werkgever
echter voldoet aan de nieuwe regeling voor een belastingvrije vaste (maandelijkse) vergoeding, bijvoorbeeld voor het dagelijkse woon-werkverkeer, dan hoeft het aantal
kilometers niet geadministreerd te worden. Dit betekent dat de werkgever ter
onderbouwing eenmalig het aantal kilometers administreert, tenzij de reisafstand wijzigt.
Voor reisafstanden van meer dan 150 kilometer per dag geldt als voorwaarde dat
een nacalculatie plaatsvindt.
Bij het vaststellen van een belastingvrije vaste vergoeding via de nieuwe regeling gelden de volgende uitgangspunten:
a. aantal reguliere werkdagen per jaar: ten hoogste 214 (hierbij is al rekening gehouden met
incidenteel thuiswerken, ziekte, vakantie, sabbatsverlof en zorgverlof).
b.
de werknemer reist op minstens 60% (van 214 = 128) van het aantal werkdagen naar
de vaste arbeidsplaats. c. de totale reisafstand, d.w.z. heen en terug, bedraagt maximaal 150 kilometer.
De maximaal toegestane belastingvrije vaste vergoeding voor reiskosten is in 2011 dan op jaarbasis:
214 x totale reisafstand x € 0,19.
Dit jaarbedrag kan de werkgever vervolgens verdelen in maand- of weekbedragen.
In de volgende situaties dient de werkgever het aantal dagen van 214 en 128 naar
evenredigheid toe te passen:
- de werknemer werkt op minder dan 5 dagen per week.
- de dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het kalenderjaar.
- de reisafstand voor de werknemer wijzigt door bijvoorbeeld een overplaatsing
of verhuizing.
- de werkgever zet de vaste reiskostenvergoeding stop.
2. Fiets
- De fietser kan een onbelaste kilometervergoeding van 19 cent krijgen ongeacht de reisafstand.
- De onbelaste kilometervergoeding van 19 cent geldt zowel voor zakelijke kilometers als privékilometers.
- De fiscale mogelijkheden op het gebied van het schenken of ter beschikking stellen van een fiets via een
fietsenplan blijven in 2011 bestaan. Dit betekent dat de werkgever eens
in de drie jaar de aanschafkosten van een fiets van de werknemer tot een bedrag
van € 749 onbelast mag vergoeden als de werknemer deze voor woon-werkverkeer
gebruikt.
- De werkgever mag voor met de fiets samenhangende
zaken maximaal € 82 per kalenderjaar onbelast aan zijn werknemer vergoeden en
verstrekken. Dit bedrag geldt voor vergoedingen en verstrekkingen samen.
3. Carpoolen
- Behalve de chauffeur komen ook de passagiers van een carpoolteam in aanmerking voor een onbelaste vergoeding van 19 cent per kilometer. Het blijft dus aantrekkelijk om een vervoermiddel te 'delen'.
4. Openbaar Vervoer
- De normbedragen en de eindheffing voor de
OV-jaarkaart zijn vervallen vanaf 1 januari 2007.
- Bewaarplicht openbaarvervoerbewijzen. Voorheen moest de
werkgever vervoerbewijzen bewaren in de administratie indien hij deze onbelast
vergoedde aan de werknemer. Sinds 1 januari 2007 beslist de werkgever zelf hoe hij de vergoeding voor de Belastingdienst controleerbaar aantoont. De
gedeclareerde plaatsbewijzen hoeven niet meer per werknemer te worden bewaard,
maar mogen ook per tijdvak worden gebundeld.
- De werkgever heeft de keuze om de werkelijke kosten van het openbaar vervoer of 19 cent per kilometer onbelast te vergoeden.
- De reisaftrek geldt als aftrekpost in de inkomstenbelasting. Deze geldt
alleen voor reizen met het openbaar vervoer.
5. Telewerken
- Vergoedingen en verstrekkingen
van telefoon en internet zijn onbelast als de werknemer de internet- of
telefoonaansluiting voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Dit geldt ook voor
een tweede telefoonaansluiting en mobiele telefoons.
- Er geldt een belastingvrije vergoeding voor de inrichting van de
telewerkplek thuis. Deze bedraagt maximaal € 1.815,-- over een periode van
vijf jaar (bedrag 2011).
- Een onbelaste reiskostenvergoeding voor de dagen waarop een werknemer
thuis werkt is mogelijk. De werknemer moet dan minimaal 60% van het
aantal werkdagen naar een vaste arbeidsplaats reizen. Werknemers die
bijvoorbeeld twee dagen per week thuiswerken bij een fulltime dienstverband
kunnen onbelast een volledige reiskostenvergoeding ontvangen. Zie punt 1.
6. Auto van de zaak
- De woon-werkkilometers met de auto van de zaak gelden als zakelijke kilometers.
- Er geldt in 2011 een bijtelling van 25% (boven 500 kilometer per jaar
privé kilometers), tenzij het een milieu-vriendelijkere auto betreft (bijtelling
20% of 14% of 0% voor gebruik van een auto zonder CO2 uitstoot). Voor
auto's die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, is
de bijtelling minimaal 35% van de waarde van de auto in het economische verkeer.
- Alleen bij minder dan 500 privé kilometers kan een bijtelling voorkomen
worden.
- Het ter beschikking stellen van een openbaarvervoerkaart (bijv. via een
mobiliteitsbudget) aan iemand met een auto van de zaak die ook voor
privé-doeleinden ter beschikking staat zal niet langer consequenties hebben voor
de fiscale bijtelling.
- Ook kunnen de parkeerkosten van het parkeren van een leaseauto bij P+R-terreinen
onbelast vergoed worden aan de werknemer.
7. OV-pas bij wegwerkzaamheden
- Sinds 1 januari 2006 geldt een algemene regeling voor tijdelijk, speciaal georganiseerd vervoer van
werknemers bij wegwerkzaamheden. Dit vervoer kan met het bestaande openbaar vervoer gebeuren, maar ook met vervoermiddelen als shuttlebussen tussen een station en de arbeidsplaats(en). Het recht op het speciaal georganiseerde vervoer is voor maximaal zes maanden onbelast voor de loonheffingen. Als voorwaarde geldt dat het bedrijfsleven en de overheid samen de kosten betalen van het tijdelijke, speciaal georganiseerde vervoer. Daarbij moet de overheid meer dan de helft van de kosten betalen. Als de werknemer een onbelaste reiskostenvergoeding ontvangt, mag de werkgever deze na aanvang van de werkzaamheden voor maximaal zes maanden onbelast doorbetalen.
8. Verhuiskostenvergoeding
- Het wordt fiscaal aangemoedigd om binnen twee jaar dichterbij het werk
te gaan wonen bij een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing binnen de
bestaande dienstbetrekking. Het
bedrag dat maximaal mag worden vergoed bedraagt €
7.750,--. Dit geldt alleen voor verhuizingen van een afstand van meer
dan 25 kilometer van het werk naar een afstand binnen 10 kilometer van het
werk. De kosten van de verhuizer mogen volledig belastingvrij worden vergoed
(naast de hiervoor genoemde verhuiskostenvergoeding).
9. Werkkostenregeling
- Vanaf 1 januari 2011 voert de rijksoverheid de werkkostenregeling
binnen de loonbelasting in. Als werkgever kunt u hier dan mee gaan werken;
vanaf 1 januari 2014 moét u er hoogstwaarschijnlijk mee gaan werken.
Wat is het en welke gevolgen heeft de regeling? De werkkostenregeling vervangt een aantal fiscale regelingen voor
vergoedingen en verstrekkingen (waaronder de fietsregeling, personeelsuitjes,
kerstpakketten, bedrijfsfitness etc.). Met de nieuwe regeling wil de overheid
het aantal regelingen en de bijbehorende administratieve lasten aanzienlijk
terugbrengen. De nieuwe regeling is een algemeen forfait op bedrijfsniveau: een bedrijf
krijgt een belastingvrije ruimte van 1,4% van de totale loonsom. Hierbinnen mag
u als werkgever vergoedingen en verstrekkingen bieden aan uw personeel. Komt u
boven dat bedrag uit, dan moet u over het meerdere een eindheffing betalen van
80%.
Overgangsregeling tot 1 januari 2014
De
overheid heeft een overgangsregeling ingesteld: als werkgever kunt u ervoor
kiezen de nieuwe regeling vanaf 1 januari 2011 toe te passen, maar vanaf 1 januari
2014 moet u de regeling verplicht toepassen. U mag dus nog tot 2014 met de
huidige regels werken. Wanneer u gebruik gaat maken van de werkkostenregeling
hoeft u dat niet kenbaar te maken bij de Belastingdienst. Dit blijkt wel uit uw
administratie. U heeft dus nog even de tijd om de arbeidsvoorwaarden,
arbeidscontracten en uw loonadministratie aan te passen.
Wilt u meer informatie of advies over de werkkostenregeling? Neem dan contact
op met VCC Oost, tel. (026) 353 7680.
Op onder meer de
website van de Belastingdienst kunt u
meer lezen over de werkkostenregeling en deze
als pdf downloaden
Geregeld per werkgever
Werkgevers zijn niet verplicht onbelaste vergoedingen uit te keren. Dit regelt elke werkgever dus voor zich: per arbeidscontract of via de
CAO. VCC Oost voorziet u graag van meer informatie en kan werkgevers adviseren bij het opstellen van een
reiskostenregeling.
Meer informatie
Wilt u ook profiteren van de voordelen van mobiliteitsmanagement voor uw
organisatie? VCC Oost informeert u graag over de
mogelijkheden van mobiliteitsmanagement voor uw organisatie!
Meer informatie
aanvragen.
VCC Oost - Postbus 221 - 6800 AE Arnhem -
(026) 353 76 80 -
e-mail
|
|